De meest opmerkelijke quotes uit aflevering 1.

 

“Moge de beste winnen!” Raadsheer Zebardyn opent het beginspel met een uitspraak die tot vervelens aan toe herhaald gaat worden.

Erik over zijn gevecht met de knoopopdracht: “Het was fysiek niet zwaar. Het was meer denkwerk. Da’s niks voor mij.”

Raadsheer Zebardyn doet een onheilspellende uitspraak in het kasteel terwijl de kandidaten buiten aan het buffet zitten: “Als jullie eens wisten, waarde genodigden, wat er voor jullie in het verschiet ligt. Misschien zouden jullie dan niet zo vrolijk zitten te eten.”

“Is typisch mannelijk om macht te willen, hè. Om uiterlijk vertoon met een zwaard…oeoeoe.. oeoeoe. een zwaard. Ik trek hem uit het blok…” spot Stella richting de heren die net tot edelen zijn bevorderd. Om daar nog aan toe te voegen: “Laat ze maar genieten van hun moment. Hartstikke fijn. Goed gedaan kerel! Echte vent!”

Jeroen die beschrijft hoe volgens hem het armenhuis eruit zag bij binnenkomst: “Hier zijn de Hunnen gepasseerd. Waarschijnlijk een paar seniele Hunnen die niet wisten van: “Oke, wat is het nu? Verkracht het huis en verbrand de vrouwen of is het nu net andersom?””
Dolf als hij het kasteel voor het eerst binnen treedt: “Je weet dat je naar de Middeleeuwen gaat, naar een kasteel. Maar dit tart elke verbeelding. Een luxe troon. Het was magnifiek eigenlijk. Ongelooflijk!”

“Kunnen we ons plebs daar beneden nu zien?” “Ik zie weinig gepeupel hier.” “Die bomen moeten weg, zodat we meer zicht hebben. We zetten ze morgen meteen aan het werk.” De edelen ontdekken dat ze letterlijk op de armen neer kunnen kijken vanaf de kantelen van het kasteel.

Jeroen verklaart waarom hij liever in het armenhuis zit: “Ik wil effectief mijn handen, mijn geest en mijn hart gaan gebruiken.”

“Mijn doel is hier een hele tijd blijven. Mij hier bijna onmisbaar maken en dan zien dat ik daarboven geraak. En dan kunnen ze mij als regentes zien, maar dan herinneren ze mij als die moe die hier alle dagen zat te koken.” Imelda verklapt alvast haar strategie.

Isaak geeft zijn commentaar op het nieuwe gewaad dat regent Dolf krijgt aangetrokken: “Kijk dit ziet er tenminste leuk uit!”
Dolf gaat al helemaal op in zijn nieuwe rol als regent: “Wie de wetten van het koninkrijk niet respecteert, wordt gestraft. Ai, dan moeten wij toch een hartig woordje tot de armen richten helaas.”

“Mooi hè? Het geluid bevalt me wel moet ik zeggen. Ik doe het nog eens.” Raadsheer Zebardyn demonstreert de noodklok die de kandidaten kunnen gebruiken om het spel direct te verlaten.

Stella ziet meteen mogelijkheden om de wetten van Oberon te misbruiken: “Voor ons lijfeigenen zijn die wetten juist een gedroomd excuus om daar tussen door te piepen.” “Waar je kunt, moet je ze pakken.”

“Het is een aangeboren autoriteitsprobleem dat ik heb. Gewoon omdat zij de edelen zijn en ik niet. Zij ontlenen daar status aan en ik vind niet dat zij die verdiend hebben. Dus heb ik een probleem met ze.” Stella verklaart haar opstandige gedrag richting edelen.

Peter heeft een emmer water uit de put gehaald: “Stinkt die pot of stinkt dat water?”
Imelda vraagt aan regent Dolf: “Mag ik u vergezellen?”, waarop Dolf meteen haar plek duidelijk maakt: “U mag mij vergezellen. Achter mij graag…”

“Het zal heel moeilijk zijn die daar weg te krijgen. Want hij voelt zich daar zo goed. In zijn ogen is hij geen regent. Hij voelt zich al koning.” Imelda is niet echt gecharmeerd van het optreden van Dolf.

Dolf ziet ook de mindere kanten van het regentschap: “Nu krijg je die ketting om je nek. Het is bijna als een keten waar je aan vast zit.”

“Heb je trek in een glaasje water. Een gláásje graag!” Fred vind dat Dolf maar moet laten zien dat het troebele water uit de put zo goed drinkbaar is als hij hen wil laten geloven.

Peter is niet zo blij met het vervoermiddel waarop het everzwijn tijdens de herenproef geladen moet worden: “Die kar was nog van vóór de Middeleeuwen, veronderstel ik…”
“Onze regent hing natuurlijk wel even de goede Samaritaan uit. En mijn gevoel ging daar volledig in mee. Maar of het wijs is geweest. Eigenlijk zegt mijn ratio, nee jongens, dit was echt een stomme zet.” Isaak heeft zijn twijfels over het aanspreken van raadsheer Zebardyn door Dolf omtrent de beloning voor de armen.

“Dan komt een stukje scheiterigheid van mij boven kijken. Ik denk, als ik op het moment dat het eten van tafel wordt gehaald, zorg dat ik op de wc ben en niks heb gezien… formeel… net als een agent die per ongelijk naar het verkeerde stoplicht kijkt, dan waar het ongeluk gebeurt…” Isaak verklaart zijn plotseling opkomende behoefte om een sanitaire stop te maken op het moment dat de edelen de baljuw eten meegeven voor de armen.

Isaak wordt door Bob aangewezen als degene die moet duelleren. “Waarom komt dat niet als een verrassing?” “Ik ben heel gedreven en Bob is heel gedreven. Ik denk dat hij vanuit dat oogpunt het liefst mij eruit zou zien vliegen.” geeft Isaak vol vertrouwen als reden op voor deze keuze.

“Oh, dit staat me niet aan. Ik weet niet wat ze van plan zijn, maar ik ga zeker onder water.” Isaak heeft het niet zo op de waterradproef.
“Zijn jullie klaar? Moge de beste winnen.” Zebardyn valt in herhaling.

Teleurgestelde supporters vanaf de zijkant bij de waterradproef: “Ohhhh Peter, kom aan jonge….”

“Mijn doel is op dit ogenblik niet naar het kasteel gaan. Mijn doel is eigenlijk blijven waar ik nu ben, omdat ik denk als je koning wil worden, je op het einde van de rit in het kasteel moet geraken en niet te vroeg.” Peter verklaart zijn blijkbaar opzettelijke verlies bij de proef.

De edelen keren terug na een dagje uit in de arena: “Home sweet home…” “Welkom thuis Isaak!”

Ik denk dat hij niet goed wist wat hij moest zeggen. Maar ik ben ook gewoon weggelopen. Ik heb hem geen kans gegeven te antwoorden.” legt regent Dolf uit nadat hij op het matje geroepen is bij raadsheer Zebardyn. Isaak is blijkbaar geschokt: “Pardon…?”